ster

Vereniging Orde der Verdraagzamen

een esoterisch – magische bibliotheek

Vraag van de maand

Vraag:

Wat is het doel van dromen? Ontvlucht de geest voor ontspanning de minder prettige stofwereld? Waarom zijn dromen vaak zo onsamenhangend?

Antwoord:

Dit zijn twee afzonderlijke vragen.

Waarom droomt de mens? De mens droomt, ongeacht of de geest hierbij door middel van uittredingen en contacten betrokken is of niet, omdat de activiteit van de hersenen nu eenmaal niet tot stilstand komt op het ogenblik, dat een verhouding van de bewustzijnsdrempel een contact met de buitenwereld gaat afsluiten. Wanneer verminderd, of geheel geen impulsen van buiten opgenomen worden, zal dus het denken zich bezighouden met de impressies, die in de hersenen aanwezig zijn en deze zullen beleefd worden, zonder dat hierbij de beperkingen van de zogenaamde werkelijkheid van de mens een rol meer speelt. Gebeurt dit weinig intens, dan spreekt men niet van een droom, omdat er geen herinnering zal bestaan aan dit alles. Zijn er echter emoties of beelden aanwezig geweest, waarmede de mens zeer verbonden was, zo zal de droom het lichaam beïnvloeden en reacties van het lichaam tot stand kunnen brengen. Zij worden dan herinnerd. Er is dan in wezen vaak sprake van vrije associaties op basis van een bepaalde emotie, die de droom veroorzaken. In feite zal de droom voor een groot deel een compenseren van de disharmonische factoren van de werkelijkheid omvatten.

Is ook de geest bij de droomwaarden betrokken, dan kan verder nog worden gesteld, dat in de droomwereld het geestelijke element vaak veel sterker tot uiting zal komen dan deze in het waakbewuste bestaat, zodat het innerlijk van de mens zowel als geest en ziel een grotere rol in de droombeleving kunnen spelen dan de stoffelijke ervaringen. Noodzakelijk is dit laatste echter niet. De geest ontvlucht dus over het algemeen het lichaam niet voor ontspanning. Zo dit gebeurt, zien wij bepaalde voertuigen, een deel van de persoonlijkheid, wel iets loskomen van het lichaam en daar als het ware boven drijven, zodat een groter isolement van het lichaam bereikt wordt, maar een  uittreden of een eigen actie van de geest is hierbij toch niet noodzakelijk. Wel zal dan een meer ontspannende slaap mogelijk zijn, welke en snellere recuperatie van het lichaam tengevolge heeft.

Dromen zijn onsamenhangend door het element, dat ik reeds noemde: de beelden van de droom ontstaan feitelijk aan de hand van vrije associaties. Indien immers in de droom een situatie ontstaat, kan een enkel detail reeds de associaties oproepen die de volgende fragmenten van de droom bepalen. Voorbeeld? Je loopt door een paradijstuin. Er is niemand. Je zoekt contact met anderen en ziet opeens een brievenbus. Daarop ga je opeens naar de melkboer. Op weg daarheen passeer je de brievenbus altijd weer. U gaat echter niet graag naar de melkboer, bent bang voor iets (een hond bijvoorbeeld) dat u op uw weg vaak ontmoet, zodat u niet bij de melkboer terecht komt, maar bij een monster, enzovoort. De associaties zijn nu: Rust - paradijs - contact - brievenbus - melkboer - monster. Een vrije associatie. Maar daarmede zijn wij er niet. De beleving van de droom wordt zelden in zijn geheel naar het waakbewustzijn teruggebracht. Zou je iemand, direct nadat hij gedroomd heeft, kunnen wekken en tot een weergeven van de droom zou brengen, zou het geheel nog wel enigszins samenhangend zijn, ook al zouden vrije associaties kennelijk het verloop beïnvloeden. In de meeste gevallen herinnert men zich slechts een paar van de fragmenten, zodat de voor een juist begrip noodzakelijke associaties vaak ontbreken.

Andere dromen gaan uit van hun einde, dat zij zoeken te verklaren. Voorbeeld: door verschuiven van een deken voelt men een tikje in de hals. Nu heeft men bijvoorbeeld een boek over de Pimpernel gelezen en reageert nu als verklaring voor deze tik met een beeld van de guillotine. Vraag: hoe kom ik hier terecht; volgt een verklarend beeld, dat echter wederom een verklaring zal vergen enz. tot ontwaken of wegsterven van de reactie op de prikkel. Je droomt dus vaak achterstevoren en zoekt vanuit de impressie naar de verklaring, de reden. Ook hier zijn de associaties vrij en zal van logica geen sprake zijn.

Ten laatste moeten wij begrijpen, dat, wanneer geestelijke elementen of bijvoorbeeld ervaringen als uittreding een rol spelen in de droom, slechts een gering deel daarvan naar de herinnering wordt overgebracht op een wijze, die toegankelijkheid tijdens het waakbewustzijn garandeert. Van het gehele boek, dat de droom is, zal onder de normale belichting van de dag, slechts hier en daar een alinea leesbaar blijven. Iets wat in zich wel degelijk een samenhang had, wordt door gebrek aan toegankelijkheid onsamenhangend. Het Ik zoekt deze samenhang en rationaliseert de fragmenten weer tot een geheel, dat van het oorspronkelijke sterk kan verschillen. Resultaat: een verhaal, dat onsamenhangend blijft en bovendien alle betekenis gaat ontberen.

Voor het onsamenhangend zijn van dromen zijn dus vele verklaringen. Voor geestelijke invloeden, die via de droom tot uiting komen, geldt over het algemeen dat slechts fragmenten naar het stoffelijke besef worden teruggebracht. Voor dromen, die het resultaat zijn van prikkels van buitenaf, geldt dat zij een verklaring zijn voor de prikkel, waarbij associaties niet op logica gebaseerd zijn, maar voortkomen uit de herinneringen, die in de hersenen op dat moment het sterkst aanwezig zijn.

Ten laatste: in een gewone droom zal vaak een reeks van indrukken en impressies, die in de laatste tijd werden opgedaan, dooreen worden gemengd tot een geheel. Het onsamenhangende karakter zal dus in feite verweten moeten worden aan het verwerken van vele afzonderlijke impulsen en impressies tot één verhaal.


Uit de lezing: 8 april 1966 - Stem van Gene Zijde (III)

'ontleding van de droomwereld'