ster

Vereniging Orde der Verdraagzamen

een esoterisch – magische bibliotheek

Vraag van de maand

Vraag: 

Er wordt steeds gesteld: de fouten die je in een ander ziet, bezit je zelf. Door deze te zien heb je jezelf reeds geoordeeld. Hoe kom je dan tot een zelfinzicht?

Antwoord:

Op het ogenblik dat je je opwindt over de fouten van een ander, moet je eerst even naar jezelf gaan kijken. Doe je dit, dan ontdek je, dat jezelf deze zelfde dingen - zij het in mindere mate - ook wel doet, of denkt. Slechts datgene waarvan je je bewust bent, kun je in anderen zien. Voorbeeld: Jongetje loopt met vader langs de walletjes in Amsterdam. Aan het einde zegt het jongetje: "Wat zaten er hier veel mooie dames achter de ramen". Het kind vindt het misschien nog heel leuke tantes ook, want zij wuifden en tikten tegen het raam. Het kind ziet hierin niets kwaads, maar ervaart dit alles als een grote gezel­lige familie. Vader ziet het anders. Maar dit komt voort uit het feit dat vader meer ervaringen heeft en meer weet dan zijn zoontje. 

Wie werkelijk onschuldig is, zoekt bij een ander geen fouten. Wie werkelijk eerlijk is, veronderstelt bij een ander ook steeds eer­lijkheid, zelfs indien enkele ervaringen hiermede in strijd zijn. 

Wanneer je in anderen bepaalde fouten zeer scherp ziet, of bepaalde fouten overal om je heen meent te zien - je vergist je daarbij nog vaak ook - kun je er wel zeker van zijn, dat deze fouten ergens in jezelf liggen, zelfs wanneer je deze fouten niet in de praktijk omzet.

Vergeet niet, dat er een onderscheid is tussen de eigenschappen die je bezit en de eigenschappen die je in de praktijk brengt. Er zijn hopen mensen die graag in de Amsterdamse Bank in zou­den breken. Zij durven alleen niet, maar de gedachte is er in feite wel. Zij hebben eigenlijk wel lust lid te worden van de grote roeivereniging. In deze zin geldt: wat je bij voortduring aan fouten bij anderen ziet, moet dus in jezelf een eigenschap zijn. Begrijp, dat je onder dezelfde omstandigheden tenminste in dezelfde verleiding zou verkeren en daar waarschijnlijk zelfs aan toe zou geven. 

Indien men eenmaal tot dit besef is gekomen, zal men anderen niet meer à priori veroordelen, maar eerder trachten hen te begrijpen en misschien zelfs trachten te helpen. Het grote voordeel voor jezelf is hierbij, dat je door de poging anderen te helpen, tevens jezelf helpt. Want wat je zo naar buiten brengt en in de wereld zet, be­staat veel scherper voor je, dan wat je alleen maar van binnen denkt. 

Opvallend is dit, wanneer u iets wilt onthouden. Indien u het alleen hebt gehoord, vergeet u het gauw. Hebt u het opgeschreven, dan onthoudt u het veel gemakkelijker. U hebt niet slechts in u opgenomen, maar ook weer naar buiten gebracht, waardoor het feit veel sterker is gegrift in de herinnering. 

Op deze wijze gaat het met daden ook. Op deze wijze kun je, door anderen te helpen, jezelf verbeteren. Dit laatste wil niet alleen zeggen dat je wat beter zult leven, maar ook dat je je eigen innerlijke gesteldheid beter leert kennen en begrijpen. Wat nog belangrijker is: je leert het Ik beter aan passen bij de wereld. Je handelt, ongeacht de oorzaken, voor dit bestaan zuiverder en helderder. Het gevolg is dat een volgend bestaan in de geest - of in de stof - ongetwijfeld veel betere ervaringen brengt, waardoor je beter zult kunnen bereiken, wat noodzakelijk is. Zelfs zal je daardoor vaak in de gelegenheid zijn, zonder verder in de stof terug te keren, op te gaan naar een hogere geestelijke wereld en een hoger Godsbegrip.

Wanneer u bepaalde fouten steeds maar weer bij anderen ziet, is het zeker de moeite waard u eens af te vragen: heb ik dat soms ook wel gedaan? Zou ik daarvan nu werkelijk geen last hebben? 

Zoals Henri pleegt te zeggen: wanneer u overtuigd bent, dat alle mensen over u roddelen, begin dan met een slot op eigen tong te leggen. 

 

Uit de lezing: 12 februari 1960 - 'Stem van Gene Zijde' - "Onderbewustzijn"